Veel mensen in de knel door wegvallen AWBZ-zorg
Zorgbelangorganisaties hebben in 2009, samen met een aantal landelijke cliëntenorganisaties, onderzoek gedaan naar de AWBZ-hulp die mensen nodig hebben, en de hulp die ze ook echt krijgen. Aanleiding voor dit onderzoek vormen de bezuinigingen op de AWBZ.
Vanaf 2009 ontvangen mensen met lichte beperkingen geen begeleiding meer, en mensen met een zwaardere beperking ontvangen veel minder uren begeleiding.
Van de mensen die minder zorg krijgen ervaren er vier op de tien knelpunten. Het gevolg is dat ze hun zelfstandigheid dreigen te verliezen of dat ze vereenzamen. Ook zijn deze mensen bang dat hun mantelzorgers te zwaar belast worden. Zorgbelang Noord-Holland volgt sinds eind 2008 de gevolgen van de bezuinigingen in de AWBZ door signalering, meldacties en de leden van het eigen cliëntenpanel. Deze activiteiten hebben een concrete visie opgeleverd: hoe nu verder. Deze visie is vooral praktisch: wat moet er gebeuren, en welke acties kunnen ondernomen worden om de zorg voor mensen met een beperking te verbeteren.
Onderzoeksresultaten
In Noord-Holland hebben 230 personen aan het onderzoek meegedaan, waaronder ruim 80 leden van het cliëntenpanel.Er is vooral gekeken naar de mensen die erop achteruitgaan. 63% van de deelnemers aan het onderzoek kreeg minder begeleiding of kreeg niets meer. Een deel kan ermee leven of vindt een oplossing in eigen kring.
Een groot deel, 42% van de mensen die achteruitgaan in zorg, ondervindt problemen met het opvangen van de eigen beperkingen. Twee op de tien mensen denken dat een zelfstandig bestaan niet meer goed is vol te houden. Een oplossing is er vaak niet. Veel cliënten vallen in een gat tussen de afbouw van de AWBZ en de trage opbouw van voorzieningen in de Wmo.
Cliëntgroepen in de knel
Uit het onderzoek blijkt dat er vier groepen cliënten zijn die in de knel zijn gekomen door de veranderingen in de AWBZ.
Gezinnen met een gehandicapt kind of een kind met psychische problematiek
Ruim de helft van de gezinnen die meededen met het onderzoek krijgt te maken met afnemende hulp uit de AWBZ. Hiervan komt 40% in moeilijkheden. Zo is er minder kans om de ontwikkeling van het kind te stimuleren, het gezin wordt zwaarder belast, er is minder tijd voor de andere kinderen of voor zichzelf, er is onzekerheid over noodzakelijke ondersteuning op school.
Volwassenen met een chronische ziekte of handicap
Bijna de helft van de volwassenen die meededen aan het onderzoek ging achteruit in de toegekende AWBZ. Hiervan ervaart 40% de beschikbare hulp als ontoereikend. Als grootste knelpunten noemen zij: onvoldoende kunnen meedoen in de samenleving, dreigende eenzaamheid en verlies van een zelfstandige leefwijze. 30% van de mensen die minder zorg krijgen weet niet of men nog wel zelfstandig kan blijven wonen.
Mensen met psychiatrische problematiek (volwassenen)
De helft van de deelnemers aan het onderzoek kreeg de helft minder begeleiding uit de AWBZ. 75% van hen vindt dit erg moeilijk. Er zijn zorgen over hoe men zich moet redden in het dagelijks leven, over dreigende overbelasting van mantelzorgers en over afname van sociale contacten en bezigheden. Daarnaast noemen veel mensen dat er onvoldoende wijkverpleging is voor begeleiding bij ziekte.
Ouderen met een langdurige hulpbehoefte
40% van de deelnemers aan het onderzoek kreeg in 2009 een nieuwe indicatie die leidde tot minder AWBZ-zorg of tot het wegvallen van dagactiviteiten via de AWBZ. De meeste ouderen ervaren dan forse knelpunten. Er is ongerustheid over vereenzaamd thuis zitten, of te veel belasting voor de partner. Ouderen met beginnende dementie krijgen geen indicatie voor dagopvang in de AWBZ. De Wmo biedt onvoldoende alternatieven.
Noodzakelijk beleid
Om de knelpunten op te lossen is een breder aanbod van ondersteuning in de Wmo nodig. Gemeenten hebben hiervoor extra geld gekregen van de overheid, maar veel gemeenten maken nog onvoldoende tempo.De cliëntenorganisaties verwachten van staatssecretaris Bussemaker twee acties:
1. versnel in overleg met gemeenten de opbouw van de Wmo
2. kijk kritisch waar het eigen beleid onnodig tot karige zorg leidt. Begeleiding is voor mensen met beperkingen geen luxe, maar een onmisbare bouwsteen voor kwaliteit van leven.
Bron: NPCF; Zorgbelang Noord-Holland

