Tijdelijke woonruimte bij mantelzorg
Steeds meer mensen willen ouders of grootouders graag zelf verzorgen en het liefst dichtbij huis. Zij hebben het idee dat regels en vergunningprocedures hierbij in de weg zitten. Dat hoeft niet zo te zijn. De VNG zet de regels op een rij.
De vraag naar (tijdelijke) woonruimte voor mantelzorg bij een bestaande woning neemt toe. Dit heeft geleid tot een versoepeling van de regeling in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) per 1 juli 2008.
Ontheffing
De nieuwe Wro kent sinds de invoering in 2008 een ‘soepele’ planologische ontheffing voor zorgbehoevenden met mantelzorg. Meestal betreft dit bestaande woonunits, die ook elders in gebruik zijn voor tijdelijke huisvesting. De ontheffing kent geen concrete termijn, omdat de duur van de zorgbehoefte vaak onbekend is.
Leasecontract
Gemeenten kunnen het beheer van tijdelijke woonvoorzieningen op de volgende manier zelf in de hand houden:
* Gemeenten sluiten met de leverancier van de woonunits een leasecontract.
* De sociale dienst geeft op basis van de Wmo de voorziening in bruikleen aan de zorgbehoevende.
* Na afloop haalt de gemeente de woonunit eenvoudig weer op.
Dit scheelt de gemeente werk in het handhaven en beëindigen van de tijdelijke voorziening.
Bouwvergunningvrije uitbreiding
Met de komst van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en het Besluit omgevingsrecht (Bor) bijlage II (opsomming van vergunningvrije bouwwerken) worden veel bebouwingen op de begane grond en dus ook in de achtertuin al vergunningvrij.
De bouwvergunningvrije uitbreiding is permanent en onafhankelijk van een zorgbehoefte, maar kan helpen bij mantelzorg. Deze uitbreiding is nog niet vastgesteld. De Wabo treedt vermoedelijk medio 2010 in werking.
Externe download: Mantelzorgwoonunits bij bestaande woningen
Bron: VNG

