Wijzigingen AWBZ Zaanstad: nieuwe taken en doelgroepen
Op 28 april werd in Zaanstad de Kadernota 2012-2015 aangeboden. De nota gaat onder andere in op de overgang van de begeleiding/dagbesteding uit de AWBZ. Dit betekent: nieuwe taken en (voor een deel) onbekende doelgroepen. Het Kenniscentrum vat samen.
Decentralisatie van AWBZ-begeleiding/dagbesteding (2013-2014)
De Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) vergoedt medische kosten die niet onder de zorgverzekering vallen. Onder de AWBZ vallen tot nu toe persoonlijke verzorging, verpleging, begeleiding, verblijf en behandeling. In navolging van de huishoudelijke hulp komt ook de begeleiding en dagbesteding vanuit de AWBZ (uitgevoerd door het Rijk) naar de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo, uitgevoerd door de gemeente). Gemeenten krijgen daardoor de verantwoordelijkheid over een extra groep klanten waarvan moet worden voorkomen dat ze worden opgenomen in een instelling of zich verwaarlozen.
Nieuwe klanten worden per 2013 de verantwoordelijkheid van gemeenten en de 'oude' klanten komen per 2014 over. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om mensen die een chronische ziekte of verstandelijke handicap hebben. Zij hebben tot nu toe vanuit de AWBZ een 'verzekerd recht' op begeleiding/dagbesteding, wat hen in staat stelt om zo veel mogelijk zelfredzaam te zijn. De uitdaging voor gemeenten is om deze mensen ook in de toekomst daartoe in staat te stellen, maar wel op een andere manier dan onder de AWBZ het geval was.
Decentralisering: van generiek naar specifiek
Het is zowel op nationaal als lokaal niveau een uitdaging om tot een duurzame inrichting van de sociale voorzieningenstructuur te komen. Het Rijk kijkt hiervoor nadrukkelijk naar de lokale overheden. De decentralisatie van de AWBZ is hier een voorbeeld van. Doordat de lagere overheden dichter bij de doelgroep staan, is de verwachting dat de lokale uitvoering van sociaal beleid efficiënter en effectiever wordt. Het uitgangspunt: minder generieke en meer specifieke maatregelen. Maatwerk moet ertoe leiden dat minder mensen een beroep doen op de voorzieningen, terwijl de kwaliteit stijgt, doordat de middelen gerichter worden toegepast.
Maatwerk leveren betekent niet per definitie dat het gaat om één-op-één relaties. Bij de welzijns- en zorgvoorzieningen kijkt men eerst of collectieve voorzieningen een oplossing kunnen bieden, voordat individuele voorzieningen in beeld komen. Dat is nodig om de individuele voorzieningen betaalbaar te houden. Het positieve effect is dat mensen met elkaar in contact komen, waardoor ze kracht aan elkaar kunnen ontlenen. Ook binnen die collectieve voorzieningen wordt gezocht naar maatwerk, bijvoorbeeld op wijkniveau. Zo kunnen bewoners effectiever worden gefaciliteerd in hun eigen redzaamheid. Maatwerk kent echter ook een tegenhanger: veelal nemen de uitvoeringskosten toe.
Druk om te veranderen
Het sociale domein wordt al op korte termijn geconfronteerd met zowel financiële als beleidsmatige wijzigingen. Deze opgave speelt breder in het sociale domein waarbij rekening gehouden moet worden met de wisselwerking tussen de verschillende beleidskeuzes en maatregelen en het stapelen van effecten bij doelgroepen. Een verdere uitwerking van de veranderopgave wordt bepaald door de uitkomst van het bestuursakkoord dat rond half juni wordt verwacht.
Twee concrete wijzigen zullen sterke invloed hebben op het sociale domein:
- Het AWBZ-budget voor begeleiding/dagbesteding komt over naar de gemeente in de veronderstelling dat de lokale overheid goedkoper en efficiënter werkt. De verwachting is echter dat zonder hervormingen het beroep op de AWBZ de komende jaren blijft stijgen, waardoor het budget ook zonder korting niet toereikend is. Onduidelijk is of het Rijk een vergoeding geeft voor de invoeringskosten en/of voor de uitvoeringskosten.
- De omvang van de Wmo-middelen verdubbelt de komende jaren. De druk op de middelen neemt toe door kortingen op het nieuwe deel, gevoegd bij de al bestaande bezuinigingstaakstellingen op het huidige Wmo-budget en structurele tekorten op de individuele Wmo-voorzieningen. Wmo-reserves raken uitgeput.
Zaanse effecten in beeld
Het is duidelijk dat er minder geld beschikbaar is voor zowel inkomen als zorg- en welzijnsvoorzieningen, terwijl de vraag naar voorzieningen stijgt. Als er niets verandert, zullen dergelijke voorzieningen in steeds meer geld kosten en op termijn onbetaalbaar worden. Hieronder volgt een nadere toelichting op de effecten in Zaanstad voor zover deze bekend zijn.
- In Zaanstad gaat het naar schatting om ca. 2.000 inwoners die behoefte hebben aan begeleiding/dagbesteding en daarvoor naar verwachting een beroep zullen doen op de Wmo. Het is moeilijk te voorspellen wat voor hen het effect is van de decentralisatie. Een deel van de groep zal daarbij ook nog te maken krijgen met de effecten van andere maatregelen, zoals de door het Rijk voorgenomen scheiding van wonen en zorg, stijgende ziektekostenpremies, hogere eigen bijdragen voor de AWBZ, en de elders in dit hoofdstuk beschreven maatregelen rondom de inkomensvoorzieningen en de jeugdzorg (zoals de wwb-ers die nu dagbesteding hebben). Door bezuinigingen op het passend onderwijs zal waarschijnlijk ook het onderwijs een beroep doen op de gemeente voor individuele begeleiding.
Vraagstukken die zich aandienen
Volgens de gemeente Zaanstad is de druk op de veranderopgave groter dan de tijd die beschikbaar is om de transitie voor te bereiden en door te voeren. Dit stelt eisen aan de aanpak waarin een korte termijnaanpak interfereert met een langetermijn structuurwijziging.
- Om te kunnen vernieuwen is ruimte nodig: zowel financieel als beleidsmatig. Dat geldt natuurlijk voor de regelingen die vanuit het Rijk op de gemeente afkomen. Maar het gaat net zo goed op voor het beleid dat wordt opgesteld en voor hoe de gemeente de afspraken met partners formuleert.
- Welke beleidskaders hanteert de gemeente voor de inzet van AWBZ-middelen in de wetenschap dat minder geld beschikbaar is en de vraag toeneemt?
- Hoe kan de zelfredzaamheid en het zelforganiserend vermogen van burgers zowel individueel als collectief worden bevorderd? Hoe kan worden vormgegeven aan de samenwerking met partners in het verandertraject, lokaal, regionaal, nationaal?
- Waar kan het ‘Klant centraal werken’ leiden tot efficiënter werken en het verhogen van de kwaliteit van het voorzieningenniveau? Welke preventieve prikkels verminderen de ondersteuningsbehoefte of zorgen voor herkenning in een zo vroeg mogelijk stadium?
Meer informatie
Download de kadernota of kijk op de website van de gemeente Zaanstad.
NB.
Op 13 mei 2011 heeft de ministerraad ingestemd met het wetsvoorstel van minister Schippers (VWS) dat revalidatie voor ouderen wordt overgeheveld naar de zorgverzekeringswet. Nu valt deze zorg nog onder de AWBZ. Het voorstel gaat op 1 januari 2013 in. Lees meer hierover op de website van het ministerie en Nu.nl

